Er is iets wat ik mis in heel de huidige discussie over mindfulness. En dat is dat niemand in boeddhistische kring kritiek uit op de veronderstelling dat mindfulness zo maar gelijk zou staan aan een oefening in leven in de aandacht van het hier en nu

Kennelijk is ook onder boeddhisten zo vanzelfsprekend dat dit de kern is van mindfulness, dat niemand de moeite neemt de zeepbel van deze modieuze mythe door te prikken.

Mindfulness is niet ‘bare awareness’ (open aandacht voor het hier en nu en daarmee basta). Voor een boeddhist kan mindfulness niet anders zijn dan mindful te zijn van Boeddha. In de geest van de nembutsu van het reine-landboeddhisme: met de aandacht te zijn bij Boeddha (Amida), in toevertrouwen en onwrikbaar geloof in de weg; in de geest van zen: met de aandacht te zijn bij het oorspronkelijk gelaat en de realiteit van de zo-heid als manifestatie van Boeddha. Wat Boeddha hier precies betekent, ja, dat is een kwestie van training en ervaring; het valt qua betekenis in ieder geval niet, of althans niet volledig, samen met de historische verschijning van Gautama.

In mijn boekje is boeddhisme én religie én geloof. In boeddhisme is mindfulness én religieus én gelovig. Wat zegt het over de staat van het boeddhisme in het Nederlandse taalgebied dat niemand hiervoor uitkomt wanneer de vraag ernaar in Trouw wordt opgeworpen?

Wat het volgens mij zegt, is dat de Dhamma al te vaak het onderspit delft wanneer deze haaks komt te staan op de geest van de moderne tijd. Dat als je niet oppast, boeddhisme zich in niets onderscheidt van wat sommigen de ‘hier-en-nu mafia’ noemen, als onwelgevoeglijke verzamelterm voor het seculiere mindfulnesskamp en allen die vergelijkbare diensten aanprijzen. De enige die ik zo een-twee-drie ken die mindfulness en religie, het koninkrijk der hemelen en het reine land, en Boeddha en Jezus in een adem durft te noemen, is de momenteel ernstig zieke Vietnamese boeddhist Thich Nhat Hanh. Seks en alcohol worden overigens door de geloftes verboden, wanneer je tot zijn orde wilt toetreden. Dus zo ver hoeft de auteur van het Trouw-artikel in de tijd niet te graven naar aanknopingspunten.

Dit krijg je dus wanneer religie en geloof worden geassocieerd met kerken en spiritualiteit met individuele beleving. Dan vormt ook iedereen zijn eigen definitie van religie en geloof, al naar gelang het uitkomt.

Juist de heersende hier-en-nu opvatting van mindfulness past goed bij onze hedonistische, individualistische cultuur, zegt reine-landboeddhist en auteur David Brazier in zijn vorig jaar verschenen boek met de betekenisvolle titel Buddhism is a Religion (in hoofdstuk zes, dat helemaal gewijd is aan de ‘populaire misconceptie’ van mindfulness). En daar blijft het niet bij.

De historische Boeddha was namelijk helemaal niet van het hier en nu, zegt Brazier. Al wat hier en nu is, vormde in zijn leefwereld de ballast van verwarring die moest worden getranscendeerd. Voor de Boeddha was mindfulness in de zin van ‘bare awareness’ niet de meditatie zelf, maar een voorwaarde om daar een aanvang mee te kunnen maken. In het huidige moment onderscheid kunnen maken tussen wat belangrijk is en wat niet, helpt om in de verschillende stadia van meditatieve concentratie je conceptuele en spirituele vermogens helder aan te wenden.

De scheidslijn tussen wel/niet ‘bare awareness’ loopt dwars door bestaande boeddhistische scholen heen. In eerdere artikelen heb ik erop gewezen dat traditionalistische boeddhistische monniken moderne Amerikaanse vipassanaleraren van naam en faam, soms afkomstig uit hun eigen school, verwijten de meditatie aan te passen aan de hier-en-nu smaak van het grote publiek.

De wortels van het onheil liggen ergens onder het zand van de negentiende eeuw begraven. Vereenvoudiging en smaakaanpassing van de Dhamma hebben in Oost én West plaatsgevonden; en beide hebben het in een wirwar van wederzijdse beïnvloeding van elkaar overgenomen.

Maar zoals voor iedere grote religie zijn geloof en toevlucht nemen ook binnen het boeddhisme altijd conditio sine qua non geweest. Theravada of Mahayana, dat maakt voor dit principe geen verschil. Zonder geloof vaart niemand wel, leen ik maar even als slogan van de grote Nederlandse reformatorische theoloog Harry Kuitert (met excuus wanneer ik de titel van zijn boek uit 1974 uit de oorspronkelijke context haal). Wat voor het christendom geldt, gaat ook op voor het boeddhisme.

Je zult mij niet horen zeggen dat wij terug moeten naar de meditatieroutines uit de tijd van de Boeddha. De nadruk op meditatie en de verwachtingen die daaraan worden gesteld, zijn in ons deel van de wereld al buitenproportioneel. Maar als je dan aan meditatie doet, en je beperkt je tot ‘bare awareness’, dan schiet je door naar een ander uiterste. Ook bij sommigen in de zenwereld moet dit kwartje nog vallen. Mind is Buddha, nondeju. Er zijn mensen die zich er een arm voor hebben afgehakt om deze les te mogen leren.

Ik zie niet in hoe seculiere mindfulness zou toekunnen zonder een subtiel boeddhistisch residu aan geloof in een werkelijkheid binnen de werkelijkheid. Boeddhisten die niet durven uitkomen voor hun religie en geloof maken zich tot ietsisten bij uitstek. In zulke handen wordt mindfulness pas echt een gewillig instrument van een wereld die zijn eigen graf graaft in meer, steeds meer efficiency en effectiviteit.

Namu Amida Butsu,

Taigu


Deze tekst is in licht bewerkte vorm verschenen in het Boeddhistisch Dagblad, als reactie op het artikel ‘Is mindfulness religieus?’ door Edel Maex: http://ow.ly/Woti2